Roel van Nunen | 16 februari 2012 |  <   > |
TAGS: Muziek |

Domenico Scarlatti: Sonatas

Domenico Scarlatti werd geboren in 1685, hetzelfde jaar als Bach en Handel.  Daar zou toch iets groots moeten uitkomen, denk je dan, maar helaas, voor velen is dit niet zo. Jammer vind ik dat, erg jammer. Bijgevolg heb ik besloten om ( te proberen) daar  iets aan te doen.

Het probleem met Scarlatti is zijn oeuvre. Hij is bekend geworden door ongeveer 560 korte klavierwerkjes, die hij dan nog eens op latere leeftijd gecomponeerd had. Laat ons zeggen dat die korte stukjes ongeveer 90 procent uitmaken van zijn gekende werken. Veel van zijn andere ( en dus ook vroegere ) muziek, waarbij nogal wat vocaal ( opera's, oratoria, missen en dergelijke ), is verloren gegaan.

Zijn betekenis is nochtans niet te onderschatten. Hij staat mee aan de basis van de sonatevorm , met een eerste aanzet tot het gebruik van bijmotieven in een aanverwante toonaard, naast het hoofdthema. Dankzij hem is ook de techniek van het klavierspel er serieus op vooruit gegaan: enorme grote intervallen in de muziek, waardoor hij het gebruik van elkaar overlappende handen introduceerde.

De muziek zelf heeft over het algemeen een sterke melodische lijn . Dat, in combinatie met een aangenaam gevarieerd ritme  maakt dat er werkelijk echte meezingers bij zijn. Stel: Scarlatti werd geboren in - ik zeg zo maar iets - 1980, hij zou de ene hit na de andere scoren, echt waar. Hij zou misschien op een andere manier componeren, dat zou kunnen. Velen vinden zijn muziek te speels, niet ernstig genoeg, te kort ook, maar ik,....ik word het nooit beu.

Onlangs verscheen nu bij het label Dux, een nieuwe cd met een aantal van deze pareltjes, gespeeld door Marek Drewnowski.

Het is een versie op piano.

Ik ga niet tussenbeide komen in de strijd tussen zij  die uitsluitend voor klavecimbel kiezen en zij  die de voorkeur geven aan een versie op piano. Beide zijn mooi, vind ik, maar ik stel vast dat er in mijn omgeving - en ik neem aan ook in andere omgevingen - aversies zijn tegen het een of het ander. Mijn vriendin bijvoorbeeld, in mijn ogen een monument van zachtheid en verdraagzaamheid, kan echt tegen alles, behalve een aantal buitensporigheden, zoals daar zijn: dronken thuis komen, full range elektrostatische luidsprekers- heel spijtig moet ik zeggen - en , "vervelend gepingel " ( sic ). Voor haar dus geen klavecimbel. Het zij zo. Mij is het echt om het even. Historisch gezien is het gebruik van de piano bij Scarlatti alleszins te verantwoorden, maar of het dan per se een hedendaagse concertvleugel moet zijn, is natuurlijk een ander punt.

Drewnowski is een Pools pianist en staat bekend als - je raadt het nooit - , Chopin-specialist. Zijn concertagenda is bijna uitsluitend Chopin en zijn opnames maar een klein beetje minder. Hij speelde zelfs  mee in een film over  deze componist ( in de rol van Chopin, juist ja ) . Toch heeft hij dus nu een cd opgenomen met een - erg beperkte - selectie van die sonates. Volgens het begeleidende boekje heeft het te maken met de start van zijn carrière, zovele jaren geleden.

Er staan 16 sonates op deze CD. Van deze 16 zijn er toch 6 die ik reeds bezit op mijn twee andere Scarlatti cd's. ( Scott Ross op klavecimbel en Ivo Pogorelich op piano).Er zijn er 2 die ik driemaal  kan beluisteren . Dit zou de indruk kunnen wekken, dat er bij die 560 sonates toch heel wat bij zijn van minderwaardige kwaliteit. Er zijn er uiteraard  die minder melodieus of minder ritmisch zijn dan anderen, maar toch durf ik te stellen dat voor vele luisteraars een eventueel minder stuk ( bij de eerste beluistering dan toch ) vrij vlot zou evolueren  naar een meesterwerk.

Verschilllende pianisten, verschillende smaken zegt men. Muziek die gecomponeerd werd in een periode , toen er nog geen metronoom bestond, levert bovendien verschillen in tempi. Dat is uiteraard interessant. De sonate in d wordt door Pogorelich gespeeld in 4'14 " , maar door Drewnowski in 3'19 ", bijna een minuut sneller ! ( Kirkpatrick ratelt nog sneller door: 3'04 " !).  Of men nu liever het ene of het andere hoort, dat doet er niet toe vind ik, de waarheid kunnen we toch niet meer achterhalen. Ik wil maar zeggen dat het soms nut heeft om van een bepaald werk meerdere versies te kunnen beluisteren.

Voor mij persoonlijk, is de uitvoering over het algemeen iets te romantisch, met een beetje teveel legato gespeeld. Eigen aan de piano misschien , maar bij Pogorelich was dat minder het geval, die trachtte het strakke ritmische van de barok weer te geven.  Hier is het allemaal meer melodischer, wat trager en wat sneller binnen dezelfde muzikale lijn.Bovendien kan hij, als volbloed romantisch pianist af en toe goed doorhameren, en bespeelt hij de piano alsof het een slaginstrument is. Er zijn er, en niet weinig, die daar voor vallen. Trouwens, niemand hoeft het met mij eens te zijn.

Anderzijds moet ik zeggen dat de selectie die Drewnowski maakt mij meer aanspreekt dan die van Pogorelich. De sonates op deze cd die ik nog nooit gehoord had, zijn allemaal om op te eten.

Deze opname is dus een aanrader, ook  al omdat er op dit ogenblik nog geen integrale van deze sonates op piano bestaat ( wel op klavecimbel ).Bij Naxos zijn ze wel bezig met een integrale maar die wordt dan weer gespeeld door verschillende pianisten. En ze zijn volgens mij nog niet eens halfweg. Elke uitgave, tenzij ze uitermate slecht is natuurlijk, moet dus bejubeld worden, want deze muziek smeekt gewoon om gehoord te worden.

Totale duurtijd CD: 52'45"

Referentie : Dux 0789

Zie ook www.drewnowski.pl en www.dux.pl