Haydn: Klaviertrio's en kamermuziek voor hoorn
Ik overweeg al geruime tijd om een cd van het Duitse kwaliteitslabel Tacet te recenseren, maar de cd's die mij het meeste interesseerden, namelijk diegenen die een weergave zijn van een nobel streven om een integrale van de strijkkwartetten van Haydn te produceren met het Aurynn kwartet, bevielen mij niet zo.
Ik vind de klank van dat kwartet namelijk een beetje te modern , en iets te warm . Ik moet hier echter bij vermelden dat ik in mijn kennissenkring zowat de enige ben die er zo over denkt, en ook de internationale pers kan van deze reeks niet genoeg krijgen. Je ziet, een recensie blijft toch altijd een persoonlijk iets.....
Maar, onlangs kon ik van dit lablel een andere cd recenseren, eveneens met kamermuziek van Haydn, en die kans mocht ik alleszins niet aan mij laten voorbijgaan, vond ik.
Tacet is een klein Duits label ,en niet zo bekend bij het grote publiek. Hun uitgaven zijn te verkrijgen via hun website en bij handelszaken die gespecialiseerd zijn in die materie die mij, en deze website, na aan het hart ligt, namelijk de audiofilie ( Ik vermeld bewust audiofilie als een ander gegeven dan melomanie, het eerste gaat meer om de klank, het andere louter om de muziek, maar beiden hoeven elkaar niet uit te sluiten, alhoewel ik ook een aantal melomanen ken, die geen audiofiel zijn ). Zij produceren voornamelijk klassieke muziek, maar niet uitsluitend, en staan bekend om het gebruik van de allerbeste opnamematerialen.
De belangrijkste werken op deze cd zijn drie latere klaviertrio's van Haydn, namelijk Hob. XV:18, 23 en 28. Uitvoerders van dienst is het Abegg trio, drie muzikanten die al sinds 1976 met elkaar samenwerken.
Ik moet zeggen, ik heb een zwak voor mensen die zo lang samen ( kunnen !!) werken. Zulke mensen gaan ook samen op tournée, hé. Ik zag ooit een film , ik weet niet meer waarover precies, maar er kwam een strijkkwartet in voor. Ergens in het verhaal overleed één van de leden van dat kwartet, en de gevolgen waren catastrofaal. De drie overblijvers hadden geen leven meer: die begonnen slecht te spelen, ruzie te maken, elkaar allerhande verwijten naar het hoofd te slingeren. Op een zeker moment waren die drie oudere, rustige, bezadigde mensen dan bezig met elkaars instrument in gruzelementen te slaan, en ja, toen was het helemaal over en out natuurlijk.
Haydns latere pianotrio's zijn alleszins werken die meer aandacht verdienen dan ze over het algemeen krijgen. Ze behoren zondermeer tot de beste pianomuziek uit de klassieke pre-Beethoven periode; ze zijn bovendien virtuoos en speels en bewandelen nieuwe harmonische wegen. Voor wie ze niet kent, laat het een verrijking zijn, zou ik zeggen.
De werken worden hier uitgevoerd op historische instrumenten, - het begeleidend boekje is degelijk voorzien met de nodige documentatie hieromtrent -, en laat dit wel wezen, het klinkt fantastisch. Voor luisteraars, die niet vertrouwd zijn met de historische uitvoeringspraktijk, of die heel die discussie over oude instrumenten en moderne instrumenten maar niks vinden, kan het klankbeeld van een oude viool ( te ? ) nasaal klinken, maar liefhebbers en kenners van oude muziek zullen het met mij eens zijn: er is heel wat weg afgelegd sinds de beginperiode van de historische verantwoorde opnames, en deze schijf is daar een zeer goed voorbeeld van: prachtig klankbeeld van viool en pianoforte, alles klinkt even natuurlijk. De tempi zijn vrij klassiek, maar dat is prima, vind ik. De werken op zich zijn al pareltjes, met veel variatie, en als het dan nog eens zo sprankelend uit mijn luidsprekers schalt, kan mijn geluk niet op.
Er staan op deze cd nog twee werken van Haydn, namelijk het kwintet voor twee hoorns, viool, cello en klavecimbel Hob. XIV/1 en het divertimento voor hoorn, viool en cello Hob. IV/5. Het waarom van deze hoornwerken is mij niet geheel duidelijk, maar, zelfs al is de keuze een beetje arbitrair, laat dit vooral de pret niet bederven: ten eerste worden deze werken zelden gespeeld, laat staan opgenomen, dus elke opname heeft altijd zijn waarde, en ten tweede wordt er gemusiceerd met dezelfde natuurlijkheid en frisheid als in de trio's.
Ook hier dus het gebruik van historische instrumenten, en - ter verduidelijking voor de leek - een natuurhoorn heeft geen kleppen, geen gaatjes of wat dan ook dat de toonhoogte doet veranderen, neen, alle klanken worden geproduceerd met de mond, ( en wat handengewriemel in de klankbeker van de hoorn, iets wat niemand begrijpt, trouwens ). Dat het aldus een onvoorstelbaar bravourestukje is om welke klank dan ook uit de hoorns te laten schallen, moge duidelijk zijn. En ja, ik weet het, een moderne hoorn heeft meer mogelijkheden, en klinkt dus vloeiender en zogezegd " beter ", en men kan er sneller op spelen, enzovoort.....maar Haydn kende die moderne hoorn niet.
Kortom, tenzij je echt niet van historisch en wetenschappelijk verantwoord opgenomen muziek houdt, en ook dat is jullie goed recht natuurlijk, aarzel niet en kopen deze handel.
Referentie: TACET 195
zie ook www.tacet.de en www.abegg-trio.de




