Durobblog Rene van Es | 22 april 2012 |  <   > |
TAGS: Nieuws |

Wisseloord Studio’s contra de audiofiel

Wie ooit in zijn leven een opnamestudio bezoekt, zal er al snel achter komen dat de wereld van de professional en die van de muziekliefhebber qua apparatuur keuze mijlenver uit elkaar kan liggen. En tegelijk nogal eens raakvlakken heeft op specifieke punten als bekabeling en versterking.

Zelfs distributeurs hebben vaak moeite de twee werelden te combineren en zo zien we dat veel merken die in beide takken van sport hun klanten hebben, de verkoop verdelen over twee distributeurs. Bezoekt de ene distributeur de studio’s zelf in den lande en levert direct, de andere distributeur zal zijn klanten vinden onder de dealers in de Benelux. Het werken met twee petten op is vrijwel onmogelijk. In het verleden is het mij wel eens gelukt een product uit de puur professionele hoek te trekken en in de consumentenmarkt populair te maken, toch heeft ook dat merk zich nooit kunnen settelen in de audiowinkels en vond het veelal zijn weg via de muziekhandel (instrumenten, dj gear, etc.). In een nijvere poging de audiofiel te linken aan de Wisseloord studio kwam ik toch een paar interessante zaken tegen.

Vergeten kunnen we de consoles van API, Avid/Euphonix en SPL die ik in Wisseloord aantrof. Onze voorversterker thuis voldoet in alle gevallen omdat we geen bronnen mengen. Dus hoe imposant ook, honderden regelaars we kunnen er niets mee. Ook de equalizers van onder meer SPL doen helemaal niet terzake. Interessanter zijn de digitaal/analoog converters die ingezet worden. Twee merken hebben opvallend goede zaken gedaan. PrismSound dat in alle ruimtes te vinden is en Lavry is het merk van de gekozen converter voor de mastering room. Omdat beide merken voor mij behoorlijk onbekend zijn, ben ik aan het zoeken geslagen en kwam er al snel achter dat eigenlijk alleen Lavry ook een converter voor de audiofiel levert. PrismSound heeft een mooie D/A converter, maar hoe teleurstellend voor de marketing mensen en de dealers, geen USB, geen cinch uit en geen sample rates die tot onmogelijke waarden gaan. In de studio houdt het al snel op bij 96 kHz sample rate en 24 bit notatie. Lavry is iets meer op de consument gericht, al vinden we ook daar geen universele oplossing en blijft de hoogste sample rate steken op 96 kHz. Het doet de vraag rijzen, dat als een studio werkt met 96 kHz, waar dan 192 kHz opnames gemaakt worden? Is het dus waar dat aangeboden 192 kHz materiaal grotendeels bestaat uit ge-upsampelde CD tracks? Ok, één type Lavry kan met USB overweg, maar weer niet op de audiofiele converter, die kent alleen coax en XLR. Ik kom nog een naam tegen in de het digitale domein, namelijk die van Antilope. Iets bekender de laatste tijd omdat een paar winkels het merk voeren. Bij Wisseloord gebruiken ze alleen de oerbasis van het bedrijf, de centrale klok. Antilope is in de pro wereld verreweg het meest bekend vanwege de hoogwaardige centrale klok, die onderlinge jitter problemen moet voorkomen en alle digitale apparaten van een kloksignaal voorziet. Converters kom je een stuk minder tegen.

De versterkers vormen een verhaal in combinatie met de luidsprekers. Omdat in de control rooms PMC luidsprekers zijn toegepast, vinden we een batterij aan Bryston versterkers. PMC is in de UK de distributeur van Bryston en dat veroorzaakt de automatische koppeling. Overigens zijn de Brystons aangepast door PMC voor de luidspreker systemen en sturen de luidsprekers actief aan. Een PMC/Bryston kunt u in geen enkele winkel zomaar vinden. Opnemen is een vak, maar stelt heel andere eisen aan de afluisterapparatuur dan mastering. De opname moet puur zijn, onvervormd, goed bruikbaar als basismateriaal en weggeschreven zijn over meerdere “sporen”. Het materiaal wordt gemixt en dan gaat de mastering engineer aan de slag om de tracks zover af te werken dat ze naar de CD perserij kunnen. Mastering is onder meer het bepalen van het niveau (tot welke uitsturing gaan we op de CD), het aan elkaar aanpassen van instrumenten en stemmen onderling, het plaatsen van stemmen en instrumenten, kortom het polijsten van het ruwe basismateriaal tot iets moois (waarna de platenmaatschappij het vaak weer commercieel verziekt). Kan een opname technicus vaak uit de voeten met een keur aan merken (al heeft hij zijn voorkeuren), de mastering vraagt een meer audiofiele benadering en zit het dichtste tegen de consument aan. De mastering engineer houdt veel meer vast aan datgene dat hij of zij kent. 

Binnen Wisseloord is gekozen voor EgglestonWorks luidsprekers. In Nederland voor zover ik weet niet eens verkrijgbaar (EgglestonWorks zou van plan zijn in München op de High End Show te exposeren). Luidsprekers die alles laten horen wat Darcy Proper verwacht en die in de flinke ruimte heftig aangestuurd worden door een vijftal Krell monoblokken. Terecht is Durob trots als een aap dat in deze omgeving is gekozen voor Krell. Een proeve van bekwaamheid is afgelegd, waarbij zelfs versterkers geleend werden van Krell eigenaren om de luistertest mogelijk te maken. Eigenlijk zijn Krell en PMC de enige merken in Wisseloord die beiden in redelijke getalen voorkomen in onze huiskamers. Resteren nog een paar namen. Grimm Audio die kilometers kabel leverde en neerlegde over het hele complex, Kimber Cable voor de luidsprekerkabel aan de Brystons plus alle netsnoeren en JV Acoustics die de gehele akoestiek onder handen nam. Ziet u de enorme verschillen tussen thuis en de studio? In andere studio’s kan uiteraard weer iets heel anders neergezet zijn, er zijn zoveel merken. Wisseloord steekt wel boven veel kleine en grote studio’s uit met hun topklasse apparatuur. Het zal een enorme investering geweest zijn.

Opmerkelijk blijft ook het verschil in aankoopoverweging tussen de professional en de audiofiel. Voor de professional is service en verkrijgbaarheid een keiharde eis. Een versterker die uitvalt moet 1-op-1 te vervangen zijn. Niet binnen een week, nee, liever per omgaande. Studiotijd is erg kostbaar. Die versterker mag ook niet zomaar anders klinken vanwege een audiofiele upgrade, stel je voor, ineens is het “gereedschap” verschillend van klank. Vaak liggen reserve apparaten daarom in de studio op de plank, in geval van calamiteiten. Apparatuur in de studio moet aansluiten op standaarden van de software industrie die levert aan de studio, zoals Pro Tools. Studio apparatuur zal vrijwel alleen gebalanceerd worden ingezet, niet in de eerste plaats vanwege geluidkwaliteit, veel meer om lange kabellengtes mogelijk te maken. En converters werken haast in alle gevallen twee kanten op, analoog naar digitaal en digitaal naar analoog. Ook dat is iets dat vrijwel niemand thuis zal gebruiken. Kortom “zij” en “wij” komen elkaar tegen, maar één zullen we nimmer worden. Onze jacht naar sommige specificaties en audiofiele details is haast belachelijk als we het bezien in het licht van een studio omgeving. Als we willen horen wat Darcy beluisterde, gaan we gewoon naar Lavry, Krell en EgglestonWorks.