Archief

Jacques Thys | 28 maart 2008 |  > |
TAGS: Recensies |

Beyer hoofdtelefoon DT 990

Voor wie (nog) geen echtscheiding wil riskeren en zich toch al volop wil laten gaan met zijn geliefde muziek tijdens de late uurtjes of wie de reeds gespannen relaties met ‘onverdraagzame’ buren niet nog wat meerwil verzieken is een goede hoofdtelefoon een aan te bevelen oplossing. Een echte audiofiel wil dan niet van die kleine ‘dingetjes’ in zijn oren stoppen maar kiest voor klasse, zoals een echte Beyer dus.

Zelf ben ik al ruim vijftig jaar een zogenaamde ‘koptelefoonkicker’. In de vijftiger jaren telde ik mijn paarcentjes samen voor een DT48S uit 1937 (!), de echt allereerste hifi Kopfhörer van Eugen Beyer. Tot mijn verwondering prijkt hij nog steeds in de catalogus, wel met cosmetische aanpassingen om het draagcomfort te verbeteren maar met nog steeds identieke uitstekende eigenschappen. Mijn oorarts gebruikt nog een in zijn cabine voor gehoormetingen, maar ook bij geluidsingenieurs is hij nog erg in trek wegens zijn neutraal karakter. Mijn eigen exemplaar doet nog steeds dienst in mijn werkkamer en na een halve eeuw moesten enkel de oorkussens eens worden vervangen. Van Duitse ‘Gründlichkeit und Qualität’ gesproken!

De Premium Line: High-End klasse

Deze serie bestaat uit drie modellen. Al in 1980 maakte Beyer furore met de DT880, een zogenaamd ‘open’ model, gevolgd door een gesloten type, de DT770. Beide zijn nog steeds bij mij thuis in gebruik en werden intussen al weer meerdere malen opgewaardeerd door de fabrikant. De hier besproken DT990, die de serie vervolledigde 20 jaar geleden, was weer een open type en werd toen al beschouwd als een van de toppers op de markt. De laatste versie uit 2005 heeft nog weer allerlei verfijningen ondergaan. Zoals het bij een absoluut cultobject past, wordt hij aangeboden in een handige zwartlederen draagtas. Het design is echt aantrekkelijk met zeer comfortabele luchtdoorlatende en huidvriendelijke oorkussens in lichtgrijs velours en met zilverkleurige lamellen. Dank zij een uitgekiende beugelconstructie uit robuust verenstaal met een zacht aanvoelende hoofdband, ervaart men slechts een lichte druk. De hoofdtelefoon weegt ook slechts 250 gram. 

 

Zelfs na vele uren luisteren heb ik er alleszins nooit hinder van ondervonden. De vroeger toegepaste spiraalvormige uittrekbare kabel, die gemakkelijk in de war raakte en wegens Y-vormige aansluitingen op beide oorschelpen ook voor het lichaam bengelde, is thans vervangen door een 3m lange, langs de zijkant binnenkomende, gestrekte kabel die nooit in de weg hangt. Alle onderdelen zijn gemakkelijk te vervangen. In de praktijk zullen het de oorkussens zijn die het eerst – na vele jaren intensief gebruik – aan vervanging toe zijn. Onder de gebruikelijke vergulde stereo-jack (6,35 mm) zit een mini-jack van 3,5 mm die geschikt is voor bv. aansluiting op een PC, een CD-Walkman of iPod. Zo is steeds de juiste stekker aanwezig. Wegens de hoge gevoeligheid (96 dB) en een nominale belastbaarheid van 100 mW bij een impedantie van 250 ohm is de DT990 op zowat elk toestel aan te sluiten voor een uitstekende weergave. Zelf kreeg ik een onvervormde en krachtige reproductie via zowel een aparte hoofdtelefoonversterker (Musical Fidelity X-CAN V3) als via mijn iMac computer of rechtstreekse aansluiting op een Sony batterijgevoede CD-Walkman D-E353 in de tuin (tussen twee regenbuien in). Een frequentiebereik van 5 tot 35.000 Hz wordt opgegeven. Daar ik even niet over een bereidwillige vleermuis kon beschikken, moet ik de lezer in het ongewisse laten in verband met het uitgebreide hoogbereik. Om na te gaan hoever de DT990 afdaalt in het laag maakte ik gebruik van enkele Hi-Fi Test CD’s, de Denon GES 9151/2 en een door RCA uitgebracht in 1984, de RD 70400. Bij Denon vergeleek ik de sterkte bij 100, 63, 40 en 20 Hz. Tot 40 Hz bleef het niveau absoluut gelijk en 20 Hz werd wel nog duidelijk maar op een lagere sterkte weergegeven. Bij hoger volume werd dan wel duidelijk dat die 20 Hz toon op het gehoor nog absoluut onvervormd bleef. Nog fijnmaziger kon geoordeeld worden via een eertijds door Jan Kool (technisch redacteur van het maandblad Luister) samengestelde reeks met zogenaamd muzikale frequenties. De laagste noot op de cello (C) is 65 Hz, de laagste op de tuba (F) is 43 Hz.

Daarop volgen de laagste contrabasklank (E) bij 41 Hz en de laagste contrafagotklank (Bflat) bij 29 Hz. Nog iets lager komt de laagste pianotoets (A) bij 27,5 hz en een 32-voetspijp van een groot orgel reikt tot 16,3 Hz (C). Bij het beluisteren van een glijdende toonschaal (125-25 Hz) leer ik dat tot 29 Hz (Bes op de piano) alles nog op volle sterkte blijft en dan zeer geleidelijk afvalt tot beneden 20 Hz. Hieronder is iedere frequentie (niet meer in muziek aanwezig, laat staan op een opname) een grasmaaier of buitenboordmotortje. Wat vooral opvalt is hoe strak het laag onder controle blijft. Kom daar maar eens mee aan bij de meeste, behalve de allerbeste en grootste luidsprekers! Daar is de kamer ook mee in het spel en meestal spelbreker. Enkel wanneer dure akoestische maatregelen werden genomen, hetzij langs fysische hetzij langs electronische (room correction) weg, kan een afgronddiep en resonantievrij laag worden verwezenlijkt. De DT990 speelt dit voor slechts 349 euro (richtprijs) klaar! De opgebouwde druk op het borstbeen kan natuurlijk nooit door een hoofdtelefoon geleverd worden.

 

Ein wunderschöner Klang  Wat steeds onmiddellijk opvalt bij het beluisteren van diverse muzieken via de DT990 is de aangename, ronde, volle bas. De Heilbronner fima heeft bewust voor deze ‘afstemming’ gekozen en niet voor een uiterst neutraal karakter. Na slechts enkele minuten luisteren ben je daar zelf voor gewonnen. Als verwoed orgelliefhebber begon ik mijn luistersessie met een Dorian CD (DOR-90117) waarop Jean Guillou het enorme Kleuker-Steinmeyer orgel in de Tonhalle te Zürich in alle staten brengt met onder meer zijn transcriptie van Mussorgsky’s Beelden uit een Tentoonstelling.

In het deeltje Gnomus hoort men de diepste pedaaltonen weerklinken zoals je het eigenlijk alleen maar in het echt kan horen. Wie ‘Amériques’ van Edgar Varèse al ooit beluisterde in de concertzaal weet dat dit een overweldigende ervaring is, te vergelijken met ‘Le Sacre du Printemps’ van Stravinsky. Varèse componeerde dit werk na zijn aankomst in de Verenigde Staten tussen 1914 en 1921. Riccardo Chailly nam het op voor Decca (460 208 – 2) met het Concertgebouworkest, bestaande uit een uitgebreide houtblazerssectie (27) en 29 koperblazers, aangevuld met een enorme batterij percussieinstrumenten, bespeeld door niet minder dan 16 percussionisten. Kan de DT990 de klankerupties, de geweldige dynamiek, de talloze klankkleuren met alle nuances en de fijnste details onvervormd weergeven? De zeer felle reactie op impulsgeluiden dank zij ultra-lichte membranen, het brede en diepe podium: dit alles is volop aanwezig. Je krijgt zowaar warme oortjes van al dit ‘muziekzwelgen’! Ik vergeleek het oplossend vermogen met mijn Jecklin Float electrostatische weergever en besloot dat dit evenwaardig was en wat de laagweergave betreft was de Jecklin duidelijk de mindere. Het privé luistergenieten werd verder gezet met Harmonia Mundi opnamen (HMX 290214.16) van de altus René Jacobs. Een ongelooflijk mooie stem in hoofdzakelijk barokcomposities van onder meer Charpentier, Monteverdi en Couperin. In deze zogenaamde ‘oude’ muziek letten we vooral op de natuurlijke klank van het stemmenweefsel van een authentiek instrumentarium (o.m. theorbe, basse de viole, barokcello).

De stem klinkt absoluut ongekleurd en plastisch en je hebt ook niet de indruk dat de zanger in je hoofd zingt, een vervelende eigenschap die eigen is aan vele hoofdtelefoons. In de Headphone Test – CD (Sound 200003), samengesteld door opnametechnicus Fritz de With (STS-Digital), komen alle aspecten van een goede hoofdtelefoonweergave aan bod. In een van de tracks wordt de luidheid van een saxofoonkwartet (L’Imprévu) geleidelijk opgevoerd. Enkel het niveau mag toenemen zonder het klankkarakter aan te tasten of de vervorming te doen toenemen. Ook bij deze proef is de DT990 glansrijk geslaagd. Bij een bezoek aan STS-Digital kreeg ik een ‘Latin Lounge Party’ CD mee (Maxanter Records MAX 77016) voor een ‘jazzy flavoured summer’, uitstekend geschikt voor doorgewinterde volumedraaiers! Elk van de 9 uitvoerders ( trompet, saxofoon, vibrafoon, gitaar, piano, drum, stem, synthesizers, electrische en akoestische bas) komt zonder enig compressieverschijnsel, absoluut doorzichtig over. Een compliment voor Fritz de With.

Het besluit ligt voor de hand: geweldig!

Eddy W. zal er ook wel zo over denken: audiofiele klasse is dit, het resultaat van 70 jaar ervaring. Absoluut stressloos luisteren, geen agressiviteit, een warme baskrachtige zuivere klank.Een goede ‘pasvorm’ zonder warmtewerking voorkomt ook elke luistermoeheid. Ook de veelzijdige inzetbaarheid verdient alle lof.

Richtprijs: 349,00 euro

Meer info

Fabrikant: www.beyerdynamic.com

Importeur: www.hnny.nl